De laatste dagen hebben we geen internet gehad, een hele slechte verbinding of gewoon erg weinig tijd om te internetten, dus vandaar dat we wat laat zijn 😉
14-12: Sucre
Om 9h ’s ochtends kwamen we met de nachtbus aan in Sucre. We namen een taxi naar ons gereserveerde hostel genaamd Travelers Guesthouse, waar we veel goede reviews over hadden gelezen op tripadvisor. De locatie en onze kamer was prima maar ook weer niet zo geweldig als we hadden verwacht. Het was dan ook maar voor 1 nachtje. We lieten ook gelijk onze was doen zodat deze hopelijk op tijd droog zou zijn. We kwamen er bij het verkennen van het centrum van Sucre al snel achter dat hier op zondag alles dicht is, behalve het park waar ons hostel aan grenst. Daar was het enorm druk met spelende en etende families. Een rondje park te paard, springen op een luchtkussen of spelen in het dinosaurussenpark, er was van alles te zien. We zijn ook nog op zoek gegaan naar informatie over de buscarril. Dit is een soort trein/bus van Sucre naar Potosi die we in Nederland bij een reisprogramma op televisie hadden gezien. Het was alsof niemand ons wilde helpen… Een trein, in Potosi? Nee, wij hebben alleen bussen. Of: dat is lastig, ik heb geen informatie voor je… Uiteindelijk spraken we iemand die toegaf dat hij bestaat, maar dat hij waarschijnlijk niet reed door zware regenval. Nou, deze omgeving is zo droog als weet niet wat, dus dat leek ons sterk, maar zeker weten wisten we het natuurlijk niet. We besloten om het de ochtend erop toch maar te proberen (hopelijk weet een taxichauffeur wel waar het vertrekpunt is). Ik voelde me niet lekker dus viel om negen uur rillend in slaap, Tijl liep nog even een rondje door het mooi verlichte centrum.
15-12: De ‘niet bestaande’ Buscarril
We stonden vroeg op, de laatste was kwam droog van de waslijn en we vroegen een taxichauffeur ons naar station El Tajir te brengen. Zelfs hij bleef tot het laatste moment volhouden dat er echt geen treintje reed, maar gelukkig waren we eigenwijs genoeg en bleek er op een klein achteraf station toch een buscarril te rijden.
De zitplaatsen waren helaas op dus we moesten staan tot er een plekje vrij kwam, dat namen we maar voor lief als onderdeel van het avontuur… We streken neer op het stationnetje tussen de lokale bevolking en spelende honden en iets voor achten kwam daar dan de buscarril aangereden, een soort bus op het onderstel van een trein. De bagage ging boven op het dak en binnenin waren zo’n 20 zitplaatsen. De route was fantastisch, gedurende 150 km (ruim 6 uur) reden we tussen bergen door en af en toe passeerden we een minidorp. We werden achtervolgd door blaffende honden, zagen vogeltjes in verschillende felle kleuren, er stonden ezels en mensen op het spoor, een berg zand op het spoor werd met een schep weggehaald en we reden vlak langs diepe afgronden… En dat met zo’n 25 km/u. Na ongeveer een uur kwamen er zitplekjes voor ons vrij en halverwege was de buscarril zo vol, dat hij zelfs onderweg mensen moest laten staan. Dat vonden we wel vervelend, want de buscarril is een belangrijk vervoersmiddel voor deze mensen en rijdt maar 3x per week.
In de middag kwamen we aan in Potosi, een nog kleiner stadje dan Sucre. Bij toeval liepen we daar Anja en Chris tegen het lijf, waarmee we de Salkantay trek in Peru hadden gedaan. Zij gingen chocoladetaart eten, aanbevolen door twee anderen van de groep. Daar konden we natuurlijk geen nee tegen zeggen! Helaas werd nu Tijl niet lekker dus belandde hij al vroeg in de avond rillend in bed. Waarschijnlijk hebben we ergens iets verkeerds gegeten…
16-12: Potosi
Potosi is klein maar fijn, met verschillende kerkjes, koloniale gebouwen en natuurlijk een centraal plein. Hier hebben we een tijdje op een bankje gezeten om te kijken hoe ze alle lichtjes en kerstversiering ophingen. We kwamen er ook achter dat er de volgende dag geen bussen naar Tupiza reden, dus besloten we alsnog uit te checken en ’s avonds een bus te nemen. Dat kwam eigenlijk wel goed uit want we wilden liever niet nog een nacht in een keihard bed doorbrengen. We voelden ons nog steeds niet helemaal lekker en waren aan de diarree. Als dat maar goed ging…
’s Middags hebben we een rondleiding gedaan door de oudste kerk van Potosi, San Fransisco. De kerk zelf stelde niet veel voor en van de Spaanse uitleg begrepen we maar weinig, maar het uitzicht vanaf het dak was prachtig. We aten wat in een lokale snackbar, namen tabletten tegen de diarree en regelden op het busstation een nachtbus naar Tupiza.
17-12: Tupiza
De bus, semi-cama (eigenlijk dus een gewone bus waarbij de stoelen een klein stukje achteruit kunnen) was wel oke maar superwarm, dus echt slapen deden we niet. Onderweg zagen we veel onweer. Midden in de nacht kwamen we aan in Tupiza en gelukkig werden we al verwacht in ons gerserveerde hostel. Het papierwerk kwam de volgende ochtend wel dus konden we gelijk gaan slapen. Het ontbijt was al om half 8 dus daarna zijn we nog maar even terug het bed in gegaan, wat dit keer trouwens prima was. ’s Middags hebben we het dorpje bekeken, wat niet meer is dan een paar stoffige straatjes met restaurantjes, winkeltjes en enkele toer operators. We verzamelden wat informatie over paardrijmogelijkheden en een toer naar de Salar de Uyuni. Uiteindelijk beide toers geboekt bij ons hostel nadat we de paarden hadden gezien (gezond!). We gingen uit eten bij Alamo, een restaurantje helemaal in Western-stijl inclusief draaideuren bij de ingang.
18 en 19-12: Paardrijden
De eerste paardrijdag begon goed, we moesten lopend naar de paarden toe want de brug was afgezet en ze hadden vervoersproblemen? Na zo’n 20 minuten lopen zagen we de paarden, een bruine merrie voor Tijl, een vos voor mij en een blonde 3-jarige hengst voor de gids waar ik de 2e dag op zou rijden. De route was prachtig, tussen cactussen en rode rotswanden door, door rivieren en uitgestorven dorpjes waar blaffende honden ons welkom heetten. Onze Spaans-sprekende gids zei helaas niet meer dan de namen van belangrijke bezienswaardigheden. Na 25 km in stap (geloof me, draven en galopperen met een rugtas op is niet prettig) kwamen we aan bij de rand van een uitgestorven dorpje. Hier kregen we te eten (de helft van Tijls bord belandde stiekem in de maag van de bedelende hond) en sliepen in een soort slaapzaal, heel eenvoudig maar prima. Het was enorm donker en de sterren waren goed te zien. De tweede dag startten we met zadelpijn, het tuig is hier toch wat minder comfortabel dan in Nederland… De omgeving maakte het al snel goed en we deden zelfs een galopje langs de rivier. Het laatste stuk van de route was langs een spoorlijn, lang en saai en langzaam aan deed alles pijn. Na weer zo’n 25 km waren we blij dat we terug waren en op z’n Boliviaans was ons vervoer natuurlijk niet geregeld dus konden we nog een half uur terug naar ons hostel lopen. Blij waren we met de warme douche en een knapperige pizza.
Inmidddels waren we nog steeds aan de diarree dus besloten maar om een antibiotica kuurtje te nemen zodat het hopelijk snel over is, want de volgende dag begon onze 4-daagse toer naar de zoutvlakte.

8 pings
Naar het reactie formulier ↓